Hoe herken je goede olijfolie?
- 11 apr
- 5 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 20 apr
Dit is hoe ik leerde dat olijfolie naar babyluiers, nagellak of zweetsokken kan ruiken — en waarom dat goed nieuws is voor jouw blikje Oleef.
Je staat in de supermarkt. Schap olijfolie. Twaalf flessen, allemaal "extra vierge", allemaal een ander verhaal op het etiket. Classico, traditioneel, mild, Italiaanse vlag, Griekse vlag. Je pakt er eentje. Waarom die? Geen idee. Stond vooraan.
Misschien heb je die aflevering van de Keuringsdienst van Waarde gezien. Die waarin bleek dat Nederlanders massaal bakken in olie van rotte olijven. Waarin 74% van de extra vierge olijfolie in de supermarkt helemaal niet extra vierge was. En je dacht: oké, maar welke is dan wél goed? Hoe weet ik dat?
Goede vraag. Daar heb ik inmiddels een antwoord op. Want ik leer het ruiken en proeven.

Ik word getraind om olijfolie blind te ruiken en proeven. Niet om te bepalen of het lekker is, dat is persoonlijk. Maar of het deugt. — Rianne, oprichtster van Oleef
Ik ben Rianne, oprichtster van Oleef, en ik zit als aspirant-panellid in het organoleptisch panel van het Olijfolie Instituut. Dat is een hele mond vol, maar het komt hier op neer: ik word getraind om olijfolie blind te ruiken en proeven. Niet om te bepalen of het lekker is, dat is persoonlijk. Maar of het deugt.
Vijftien jaar geleden proefde ik op Kreta voor het eerst echte extra vierge olijfolie. Vers, fruitig, met een kriebel in de keel die ik niet meer vergat. Sindsdien koop ik elk jaar bij dezelfde familie in de Messara-vallei. Oleef is ontstaan vanuit een simpel idee: diezelfde olie beschikbaar maken voor iedereen. Maar dan wíl je ook zeker weten dat wat er in dat blikje zit, klopt. Dus train ik mijn neus.
Wat is dat panel eigenlijk?
Het Olijfolie Instituut is opgericht door Wilma van Grinsven-Padberg, de eerste gecertificeerde olijfoliesommelier van Nederland. Ze is opgeleid aan de O.N.A.O.O. in Italië — de oudste olijfolieschool ter wereld — en werd daarna ook nog olijfoliesommelier in New York. Niet de makkelijkste route naar een carrière, maar als je eenmaal hebt geroken wat er in de Nederlandse supermarkten staat, snap je waarom ze dit doet.
Misschien ken je Wilma — zij was de olijfolie-expert in de recente Keuringsdienst van Waarde-aflevering en podcast over olijfolie. Nou, diezelfde Wilma leidt het panel waar ik in zit. Ik bel maandelijks met haar om de resultaten van de samples die we beoordelen door te nemen. Geen klein beetje nerdtalk, maar het soort gesprek waar je beter van wordt.
Het panel werkt volgens de richtlijnen van de International Olive Council (IOC) en is erkend door het Ministerie van Landbouw. Dat klinkt formeel. Is het ook. Want olijfolie keuren is geen hobbyclub — het is een serieuze methode om vast te stellen of een olie écht extra vierge is, of dat iemand je een fles lampenolie verkoopt met een mooi etiket.
En dat is harder nodig dan je denkt. Want die 74% uit de Keuringsdienst van Waarde? Dat was geen eenmalige steekproef die toevallig slecht uitviel. Sommige flessen waren zo slecht dat ze eigenlijk niet meer geschikt waren voor menselijke consumptie. Lampenolie, noemen ze dat. Letterlijk: olie die vroeger in olielampen ging.
Babyluiers, waskrijtjes en zweetsokken — een overzicht
Goed, nu wordt het leuk. Of eigenlijk: vies. Want slechte olijfolie herken je aan de geur. Je neus is je beste vriend hier. Dit zijn de meest voorkomende defecten — officieel in het Engels, maar ik vertaal ze even naar herkenbare geuren:
Fusty (muf):
Je kent die geur van zwarte olijventapenade uit een potje? Dat. Ontstaat als olijven te lang liggen wachten voordat ze geperst worden. Het oxidatieproces is al begonnen en je olie ruikt naar zweetsokken of oude gymkleding. Dit is verreweg het meest voorkomende defect. En ja, heel veel mensen denken dat olijfolie zó hoort te ruiken. Niet dus.
Rancid (ranzig):
Waskrijtjes. Oude olie. Oude pindakaas. Een vettig mondgevoel alsof je kaarsvet likt. Dit gebeurt als olie te lang of verkeerd bewaard is — te veel licht, lucht of gewoon te oud.
Muddy (modderig):
Bezinksel in de tank dat mengt met verse olie. Dat ruikt naar babyluiers, oude salami, of mestafval uit de varkensstal.
Musty (schimmelig):
Denk aan een vochtige kelder met schimmel. De olijven zijn geperst met modder of andere viezigheid of in onhygiënische omstandigheden.
Winey (wijnachtig): Vergisting in de tanks. Ruikt zuur, azijnachtig. Naar oplosmiddel of nagellak. Niet op een leuke manier.
En er zijn er nog meer. Maar dit zijn de usual suspects. Het is een beetje alsof je een vuile wasmand doorsnuffelt, maar dan professioneel.

Wat ik wél beoordeel (en wat niet)
Hier is het punt dat veel mensen verkeerd begrijpen: ik proef niet op "lekker". Lekker is subjectief. Jij vindt Gouda lekker, je buurman zweert bij Roquefort. Daar ga ik niet over.
Wat ik wél beoordeel als panellid:
De drie positieve kenmerken: fruitigheid, bitterheid en scherpte (pungency — die kriebel in je keel). Een goede extra vierge olijfolie heeft deze drie in balans. Niet per se allemaal even sterk, maar ze moeten er zijn.
De defecten: alles wat hierboven staat. Nul defecten = extra vierge. Eén of meer = degradatie naar vierge, of erger: lampenolie.
De intensiteit: hoe sterk komen die geuren en smaken door? Is het een fluisterende olie of een olie die schreeuwt?
De complexiteit: hoeveel lagen zitten erin? Ruik je alleen gras, of ook tomaat, amandel, banaan? Een complexe olie is als een goed boek — er valt steeds meer te ontdekken.
De persistentie: hoe lang blijft de smaak hangen? De smaak van een goede olie verdwijnt niet zodra je slikt.
Dit wordt allemaal blind gedaan, in gestandaardiseerde blauwe glazen (zodat kleur je niet beïnvloedt — kleur zegt namelijk niks over kwaliteit), op een vaste temperatuur. Geen etiket te zien. Geen herkomst te weten. Gewoon: neus erin, mond erin, oordeel.
Waarom ik dit doe
Kort antwoord: zodat jij weet wat er in je blikje Oleef zit.
Ik kan je op Instagram vertellen dat onze olie goed is. Maar dat zeggen ze allemaal. Wat ik liever doe: het laten checken. Door een onafhankelijk, gecertificeerd panel. Blind. Zonder dat erbij staat "dit is van Oleef, doe maar aardig".
Dat is precies wat we gedaan hebben met Oleef Néos. Onze early harvest extra vierge olijfolie — opgestuurd naar het panel, blind geproefd en geroken, en beoordeeld op het 100-puntensysteem.
Het resultaat: zilver. 🥈

Geen defecten. Wel fruitigheid, bitterheid, scherpte — in balans. De olie deugt. Niet omdat ik dat zeg, maar omdat getrainde neuzen dat zeggen.
En dat ik zelf word opgeleid om diezelfde neuzen te hebben? Dat is niet om op te scheppen. Dat is om te weten waar ik het over heb als ik zeg: geen gesjoemel.
Wat betekent dit voor jou?
Eigenlijk maar één ding: je hoeft je nergens druk om te maken. Niet over defecten, niet over nep-etiketten, niet over de vraag of je olie wel echt extra vierge is.
Dat heb ik al voor je gedaan. En het panel ook.
Jij hoeft alleen nog maar te g(en)ieten.
Jij koopt olie. Ik controleer of die deugt. Zo simpel is het. — Rianne, oprichtster van Oleef
.png)